Samenvatting en reflectie van Behavioural System Mapping

De afgelopen twee decennia is de gedragstechniek nudging sterk opgekomen en ook steeds vaker toegepast. Denk bijvoorbeeld aan de bekende vlieg in het urinoir die het mikgedrag van mannen beïnvloedt of aan een trap die op een piano lijkt en daardoor aantrekkelijker wordt om te nemen dan de roltrap. Ook binnen BIC zien we dagelijks hoe kleine veranderingen in de omgeving of werkprocessen het gedrag van mensen positief kunnen beïnvloeden. Tegelijkertijd richten nudges zich vooral op het individu, waardoor de uiteindelijke effectgrootte, zeker op grotere schaal, beperkt kan blijven. Dit komt onder andere door het feit dat nudges niet altijd expliciet rekening houden met de bredere context waarin gedrag plaatsvindt. Gedrag wordt immers niet alleen bepaald door individuele keuzes, maar ook door sociale, organisatorische en omgevingsfactoren die elkaar onderling beïnvloeden. Door deze complexiteit buiten beschouwing te laten, blijven effecten vaak klein en is de impact op systeemniveau beperkt.

De wereld staat voor complexe uitdagingen, variërend van milieu- en klimaatproblemen en de gevolgen daarvan (zoals afname van biodiversiteit en voedselzekerheid en extremere weersomstandigheden), tot technologische risico’s (desinformatie, cyberaanvallen, AI) en sociale kwesties (armoede, ongelijkheid en geopolitieke conflicten). In het artikel A stepwise guide to behavioural system mapping (Bellmann, 2025) betoogt de auteur dat gedragswetenschappers hun methodologische aanpak moeten verbreden om maatschappelijke vraagstukken echt effectief aan te pakken. In deze blog bespreken we het artikel, reflecteren we op de belangrijkste inzichten en koppelen we die aan onze eigen ervaringen binnen BIC.

Systeemdenken

Om maatschappelijke uitdagingen effectiever aan te pakken, pleit Bellmann in zijn artikel voor een sterkere focus op systeemdenken. Een systeem wordt gedefinieerd als een “samenhangend georganiseerde en onderling verbonden verzameling van elementen of delen in een patroon of structuur die een kenmerkende reeks gedragingen voortbrengt”. Systeemdenken houdt in dat je niet alleen kijkt naar losse onderdelen, maar juist ook naar hoe die onderdelen met elkaar verbonden zijn en elkaar beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan een sportteam, een bevolkingsgroep of een bedrijf: het gedrag van één persoon staat nooit op zichzelf, maar wordt gevormd door afspraken, onderlinge relaties en de bredere context waarin mensen samen bewegen.

Behavioural System Mapping

De methode die de auteur heeft ontwikkeld om systeemdenken toe te passen in gedragsonderzoek is Behavioural System Mapping (BSM). Met deze methode breng je in kaart hoe verschillende mensen of groepen (actoren) zich gedragen en hoe hun gedrag invloed heeft op dat van anderen. Het doel hiervan is om beter te begrijpen hoe het systeem als geheel functioneert en te achterhalen welke veranderingen het meest gunstige effect kunnen hebben. Deze strategische veranderingen worden hefboompunten genoemd.

Er worden al andere methoden gebruikt om systemen in kaart te brengen, zoals causal system mapping. Wat BSM onderscheidt van deze methoden, is dat de focus primair ligt op menselijk gedrag. De toegevoegde waarde van BSM vergeleken met andere methoden zit in de volgende twee punten:

1.     Het helpt beter te begrijpen in welke situatie iemand een beslissing neemt, zodat je duidelijker kunt zien welke factoren diens gedrag beïnvloeden.

2.    Het laat zien hoe het gedrag van actoren elkaar beïnvloedt en maakt het makkelijker om hefboompunten voor verandering te vinden.

Zo kan gedragswetenschappelijk onderzoek beter bijdragen aan het aanpakken van complexe maatschappelijke problemen. Een voorbeeld is het verbeteren van de veiligheidscultuur binnen een bouwbedrijf, een onderwerp waar BIC zich actief mee bezighoudt. Belangrijke gedragingen zijn bijvoorbeeld het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen, het volgen van veiligheidsprocedures, het tonen van voorbeeldgedrag door leidinggevenden en het bespreekbaar maken van risico’s in het team. BSM voegt hier waarde toe doordat het niet alleen individuele gedragingen bekijkt, maar ook laat zien hoe gedrag van medewerkers, leidinggevenden en management elkaar beïnvloedt. Hierdoor wordt zichtbaar welke combinatie van factoren, zoals groepsnormen, tijdsdruk en voorbeeldgedrag, veilig of risicovol gedrag versterkt. Interventies kunnen zo worden ontworpen dat ze niet alleen individuen aanspreken, maar ook het systeem als geheel positief beïnvloeden, wat zorgt voor een duurzamere verandering in de veiligheidscultuur.

De BIC-methode

Bij BIC werken we met een eigen methodiek, de BIC-methode, die gedragsinzichten praktisch toepasbaar maakt in organisaties en projecten. Er zijn belangrijke overeenkomsten met BSM, maar ook enkele verschillen. Beide zullen verderop aan bod komen.

De BIC-methode

De BIC-methode bestaat uit vier stappen:

1.     Stakeholder Mapping

In de eerste stap verdiepen we ons in de stakeholders en in de doelgroep. Ons werk is mensenwerk, het is dus belangrijk dat we haarfijn weten met wie we allemaal vandoen hebben.

2.     Gedragsonderzoek

Wat beweegt mensen? Waarom doen mensen dingen niet die ze wel zouden moeten doen, en andersom? Door onderzoek te doen krijgen we inzicht in de drijfveren en barrières van het gedrag.

3.     Beïnvloedingsstrategie

Met al die inzichten op zak, kan je daar op anticiperen. Heeft de ontvanger bijvoorbeeld weerstand tegen de boodschap of tegen de boodschapper? Dan heb je een andere strategie nodig. En hoewel elk mens uniek is, weten we veel uit de (psychologische) wetenschap over wat de beste manier is om mensen bewust of onbewust te overtuigen.

4.     Implementatie en borging

Want daar gaat het natuurlijk om: het overtuigen en beïnvloeden van mensen, om ze het gewenste gedrag te laten vertonen. En ervoor zorgen dat mensen blijven doen wat we graag willen dat ze doen. Uiteraard met ons morele kompas in de achterzak.

Vijf stappen van BSM

BSM bestaat uit vijf stappen.

1.     Systeemverkenning en afbakening

Deze eerste stap begint zodra duidelijk is welk gedragsprobleem je wilt onderzoeken. In deze stap wordt het gedragsprobleem gedefinieerd en worden de relevante actoren in kaart gebracht, bijvoorbeeld via een actorenscan. Zo ontstaat een overzicht van het systeem voordat de verdere gedragsanalyse en toepassing van BSM beginnen.

Bij BIC passen we iets vergelijkbaars toe in onze eigen methodiek, genaamd ‘Stakeholder Mapping’. Net als bij de actorenscan brengen we in deze stap in kaart wie betrokken zijn, welke rollen zij hebben en welke invloed zij uitoefenen. Zo bakenen we het systeem af voordat we verdergaan met gedragsanalyse en interventieontwikkeling. Bijvoorbeeld, bij een project waarin we de veiligheidscultuur binnen een bouwbedrijf onderzoeken, brengen we in kaart wie betrokken zijn bij veilig werken. Denk hierbij aan uitvoerders, veiligheidsmanagers, veiligheidskundigen en projectleiding. Daarbij ligt binnen BIC vaak iets meer nadruk op direct betrokken stakeholders, wat de aanpak pragmatischer maakt. BSM hanteert doorgaans een bredere en meer systematische benadering, waarbij ook indirecte actoren en systeemgrenzen expliciet worden meegenomen.

2.     Gegevensverzameling en gedragsanalyse

Bij BSM verzamel je informatie uit verschillende bronnen, zoals participatieve mapping workshops, focusgroepen, interviews en wetenschappelijke literatuur. Hierbij worden alle relevante mensen en groepen in het systeem in kaart gebracht, samen met hun rollen, hun gedrag en hoe het gedrag van actoren elkaar binnen het systeem beïnvloedt. Daarnaast kan BSM worden verrijkt met de dieperliggende redenen (determinanten) die het gedrag sturen. Deze determinanten worden vaak geïdentificeerd aan de hand van gedragsmodellen zoals COM-B (Capability, Opportunity, Motivation - Behaviour) of TDF (Theoretical Domains Framework).

Bij BIC komt dit overeen met de stap ‘Gedragsonderzoek’. Hierbij wordt onderzocht wat mensen beweegt en waarom ze bepaalde dingen wel of niet doen. Door interviews, observaties en gesprekken op de werkvloer combineren we theoretische inzichten met de praktijkervaring van medewerkers. Hoewel we daarbij ook gebruikmaken van gedragsmodellen, doen we dit doorgaans minder expliciet en systematisch dan binnen BSM het geval is. Dit maakt het mogelijk om interventies te ontwikkelen die aansluiten bij de werkelijkheid van het systeem en die effectief zijn in het beïnvloeden van gedrag. Zo kunnen we bijvoorbeeld ontdekken dat tijdsdruk, voorbeeldgedrag van leidinggevenden en groepsnormen belangrijke determinanten zijn voor veilig werken op de bouwplaats.

 

3.     Constructie van de kaart

In deze stap wordt alle verzamelde informatie uit stap 2 omgezet in een visuele kaart. Dit is een overzicht waarop je kunt zien wie er in het systeem zitten, welk gedrag zij laten zien en hoe dat gedrag het gedrag van anderen beïnvloedt. De afbeelding hieronder laat een eenvoudig voorbeeld zien van hoe zulke relaties kunnen worden weergegeven. Je ziet twee actoren (Actor A en Actor B), elk met hun eigen gedraging. De pijlen tussen de gedragingen geven aan hoe het gedrag van de één invloed heeft op het gedrag van de ander.

Op de kaart geven de pijlen in het midden de oorzaak-gevolgrelaties tussen gedragingen weer. Een plusje (+) erbij betekent dat gedrag A gedrag B versterkt, een minnetje (–) dat gedrag A gedrag B vermindert. In dit figuur versterken beide gedragingen elkaar. Dit vormt een zogeheten feedback loop. Dit kan bijvoorbeeld zichtbaar maken dat een sterke focus op het strikt volgen van deadlines of de planning leidt tot minder tijd voor veiligheidsoverleg (–), wat kan resulteren in meer risicogedrag (+). Meer risicogedrag kan vervolgens leiden tot incidenten, waardoor de druk op de planning verder toeneemt (+) en de focus op deadlines opnieuw wordt versterkt. Zo ontstaat een zichzelf versterkende feedback loop.

Deze stap in BSM komt ook overeen met onze stap ‘Gedragsonderzoek’. Bij BIC verzamelen en analyseren we immers ook informatie over wie welke gedragingen vertoont, welke factoren hun gedrag beïnvloeden en hoe dit gedrag impact heeft op anderen in het systeem. Het verschil bij BSM is dat deze inzichten expliciet worden vertaald naar een visuele kaart, waarin de relaties, interacties en feedback loops tussen actoren duidelijk zichtbaar worden. Dit maakt het makkelijker om complexe dynamieken te begrijpen en strategische hefboompunten voor interventies te identificeren, terwijl BIC deze informatie vooral gebruikt om gerichte gedragsinterventies te ontwerpen.

4.     Validatie en verfijning van de kaart

In deze stap wordt de kaart gevalideerd en verfijnd met de actoren die bij het systeem betrokken zijn. Dit omvat zowel de mensen wier gedrag centraal staat, als andere relevante stakeholders of experts die in eerdere stappen als onderdeel van het gedragssysteem zijn geïdentificeerd. Omdat BSM interacties tussen meerdere actoren analyseert, is het essentieel om een diverse groep betrokkenen te raadplegen. Zo kan worden vastgesteld of zij instemmen met de gedragingen en dynamiek die de kaart weergeeft en of er elementen ontbreken. Deze directe betrokkenheid versterkt bovendien de waargenomen legitimiteit van de kaart en het gevoel van eigenaarschap bij de deelnemers.

In de praktijk zien we dat deze stap altijd nodig is. Vaak baseren we ons in eerste instantie op theorieën over waarom mensen bepaald gedrag vertonen, bijvoorbeeld waarom medewerkers hun veiligheidsuitrusting (denk aan helmen, veiligheidsschoenen en handschoenen) niet dragen. Pas wanneer we daadwerkelijk in gesprek gaan met de mensen zelf, ontdekken we of deze ‘aannames’ kloppen en hoe het gedrag zich in de praktijk echt manifesteert. Ook deze stap herkennen we dus bij BIC: via gesprekken, interviews en observaties valideren we onze inzichten en betrekken we de relevante actoren bij het ontwikkelen van interventies. Dit doen we echter zonder deze inzichten expliciet te vertalen naar een visuele systeemkaart, zoals binnen BSM gebruikelijk is. Dit zorgt ervoor dat de interventies niet alleen theoretisch onderbouwd zijn, maar ook praktisch werkbaar en effectief in de dagelijkse context van het systeem.

 

5.     Analyse en interpretatie van de kaart

Deze laatste stap richt zich op het verdiepen van het inzicht in het gedragssysteem. Hierbij wordt gekeken naar wie invloedrijk is en welke gedragingen, determinanten en subsystemen de dynamiek bepalen. Feedback loops worden geanalyseerd om versterkende of balancerende effecten te begrijpen en strategische hefboompunten worden geïdentificeerd als plekken waar veranderingen grote impact kunnen hebben. Daarnaast kunnen relaties en posities van actoren of gedragingen binnen het systeem worden beoordeeld om hun mate van invloed en betrokkenheid inzichtelijk te maken.

Bij BIC is deze stap vergelijkbaar met wat wij ‘Beïnvloedingsstrategie’ noemen. Door te begrijpen wie de sleutelactoren zijn, welke gedragingen cruciaal zijn en welke barrières of motivaties er spelen, kunnen we anticiperen op mogelijke weerstanden en bepalen welke aanpak het meest effectief is om gedrag te beïnvloeden.

Voor de oplettende lezer: geen van de vijf BSM-stappen komt direct overeen met de BIC-stap ‘Implementatie en borging’. Terwijl BSM zich vooral richt op het in kaart brengen en analyseren van het gedragssysteem, richt BIC zich in deze stap expliciet op het daadwerkelijk beïnvloeden van gedrag en het duurzaam borgen van gedragsverandering in de praktijk. Dit benadrukt dat BSM primair een analytisch en diagnostisch instrument is, terwijl BIC het volledige proces van analyse tot uitvoering omvat.

Potentiële meerwaarde voor de BIC-methode

BSM kent veel overeenkomsten met de manier waarop we bij BIC werken. Beide benaderingen beginnen met het in kaart brengen van relevante actoren, het onderzoeken van hun gedrag en drijfveren en het analyseren van hoe gedragingen elkaar beïnvloeden. Ook de systematische wijze van werken, waarbij informatie uit meerdere bronnen wordt verzameld en gevalideerd met betrokkenen, is iets wat wij bij BIC ook hanteren.

Toch zijn er enkele belangrijke verschillen die BSM uniek maken en die een aanvulling kunnen zijn op onze aanpak. Allereerst legt BSM expliciet de nadruk op het in kaart brengen van de interacties en feedback loops tussen actoren binnen het systeem. Dit betekent dat niet alleen individuen of groepen afzonderlijk worden onderzocht, maar dat ook zichtbaar wordt hoe hun gedrag elkaar versterkt of juist afremt. Bij BIC analyseren we dit meestal impliciet om gedragsinterventies te ontwerpen, terwijl BSM dit expliciet en visueel maakt via de kaart. Dit kan vooral waardevol zijn bij de in het begin van deze blog genoemde uitdagingen, waar het gedrag van veel verschillende actoren samen de uitkomst bepaalt. Door deze bredere systeemcontext te begrijpen, kun je interventies ontwikkelen die effectiever zijn omdat ze inspelen op het volledige netwerk van invloeden en niet alleen op individuen.

Neem het voorbeeld van het bouwbedrijf, dat vaker in deze blog al aan bod kwam. Waar BIC zich richt op interventies zoals trainingen, nudges en voorbeeldgedrag van leidinggevenden, kan BSM laten zien hoe tijdsdruk in het team, managementbeslissingen en groepsnormen samen risico’s en veilig gedrag beïnvloeden. Hierdoor wordt duidelijk dat een interventie die enkel gericht is op individuele gedragsverandering mogelijk minder effect heeft dan een interventie die rekening houdt met deze systemische interacties. Dit is iets waar we als BIC ons voordeel mee kunnen doen bij het ontwerpen van interventies.

Samengevat zien we waar BIC aansluit bij BSM en vooral ook waar BSM voor ons van meerwaarde kan zijn. Het bevestigt dat we al systematisch te werk gaan, maar benadrukt tegelijkertijd dat aandacht voor de bredere context, interacties en feedback loops extra waarde kan bieden bij complexe systemen en grootschalige gedragsuitdagingen. Voor BIC en onze klanten betekent dit dat we, in projecten met individu-overstijgende aspecten, BSM als aanvullende tool zouden kunnen inzetten om interventies strategischer, effectiever en duurzamer te maken. Een waardevolle aanvulling op de BIC-methode kan daarbij zijn om aan het einde van het gedragsonderzoek (stap 2) een visuele kaart te maken. Hiermee maken we inzichtelijk hoe stakeholders en gedragingen elkaar beïnvloeden en welke patronen daarin ontstaan. Door deze stap toe te voegen, kunnen we complexe gedragsvraagstukken beter analyseren en interventies ontwikkelen die niet alleen individueel gedrag beïnvloeden, maar ook positieve verandering in het bredere systeem stimuleren.

Artikel: Bellmann, K. P. (2025). A stepwise guide tobehavioural system mapping. Available at SSRN 5444814.